Witte kwikstaart ( Motacilla alba )

 

De witte kwikstaart is vooral op het platteland te vinden.

Op erven maar ook tussen de poten van koeien, paarden en schapen in de hoop dat die insecten of larven omhoogduwen.

Hij beweegt voortdurend zijn staar op en neer.

Broeden doen ze in schuren, nissen, onder dakpannen, maar ook in slootkanten.

Meestal in de menselijke omgeving.

Ze zijn zwart-wit met witte vleugelstrepen en zwarte keel in prachtkleed.

Het vrouwtje is minder uitgesproken zwart-wit getekend.

De witte kwikstaart heeft een lange staart die voortdurend heen en weer wordt bewogen.

Jonge vogels zijn valer en hebben veel wit op de kop.

Diepe golvende vlucht. De witte kwikstaart lijkt veel op de rouwkwikstaart.

Bij die soort heeft de man echter een zwarte rug die overgaat in zwarte kopkap en in andere kleden verschilt de rouwkwikstaart van de 'witte kwik' door de zwarte stuit en donkergrijze flanken en meer wit in de vleugel.

 

De witte kwikstaart kun je tegenkomen in min of meer open land: platteland, akkers, gorzen en slikken, graslanden, oevers, park en tuin, golfbanen, stedelijk gebied, industrieterreinen en op meer uitgestrekte weilanden.

Overal waar insecten te vinden zijn.

Tijdens broedtijd een voorkeur voor het kleinschalig cultuurlandschap.

Bijna nergens in hoge dichtheden.

Vanaf juli verzamelen zich groepjes, meestal jonge vogels, op plekken met veel voedsel.

Ze slapen dan samen met enkele honderden vogels.

Kwikstaarten trekken van half september tot eind november in zuidwestelijke richting via het Iberisch schiereiland naar Marokko. Doortrekkers te zien in het hele land vanaf eind februari tot eind april, en in het najaar van half september tot half november.

In maart keren de witte kwikstaarten massaal terug.

Dan te zien op drassige weilanden, daarna heeft elke boerderij zijn eigen paar.

Als overwinteraar schaars tijdens zachte winters.