Spreeuw ( Sturnus vulgaris) 

 

Spreeuwen nestelen in natuurlijke holtes in bomen, in nestkasten maar ook in gebouwen.

Ze tasten de bodem van weilanden en grasvelden af op zoek naar insectenlarven, zoals van de langpootmug (emelten).

Ze zijn nog talrijk, maar nemen snel af.

Na de broedtijd verzamelen spreeuwen zich op grote slaapplaatsen.

In het najaar komen er vanuit Noord- en Midden-Europa veel spreeuwen naar onze omgeving.

Rond de slaapplaatsen vormen zich dichte wolken van duizenden spreeuwen die prachtig op en neer 'golven' in de lucht.

In de wintermaanden hebben ze een zwart verenkleed met een paarsgroene gloed en opvallende witte spikkels.

In broedkleed zijn spreeuwen zwart gekleurd met een gloed van paarse, blauwe en groene kleuren.

Jonge spreeuwen hebben tot in september een bruin, onopvallend verenkleed.

Leeft in groepen, na het broedseizoen soms zeer grote groepen.

Zijn vrij luidruchtig. Spitse snavel die geel is in het broedseizoen, daarbuiten donker grijs/zwart.

Spreeuwen broeden in holtes van bomen, in nestkasten en in gaten en kieren van gebouwen.

Spreeuwen zijn opportunisten en je komt ze dan ook op veel plaatsen in ons land tegen, ook in dorpen en steden (bijvoorbeeld op stations). Echte graslandvogel. Grasvelden (van vochtig tot droog) en in veel mindere mate akkers voorzien spreeuwen van insecten en hun larven.

Spreeuwen zijn alleseters, maar ze eten voornamelijk insecten en insectenlarven in grasland.

In zomer, herfst en winter ook veel bessen en fruit, zoals appels.

Op grasvelden en golfbanen zijn zij natuurlijke bestrijders van emelten in de grasmat.

Een deel van de broedvogels trekt in de winter weg, maar blijft relatief dicht bij huis.

Uit noordelijke en oostelijke streken van Europa trekken grote aantallen spreeuwen door Vlaanderen, waarvan een groot deel in ons land overwintert.

In de winter zijn er daarom nog meer spreeuwen in België dan tijdens het broedseizoen.

Voorjaarstrek vooral in maart, najaarstrek van juni (jonge vogels) tot in november. Vooral dagtrekker.

Spreeuwen zijn een van de meest voorkomende broedvogels bij ons.

Broedt van half april tot in juni.

Heeft één, soms twee legsels met gewoonlijk 4-6 eieren. Broedduur: 11-13 dagen.

Is geen koloniebroeder, maar broedt wel graag met meerdere soortgenoten bij elkaar in de buurt.

De jongen zitten 19-24 dagen in het nest. Als ze zijn uitgevlogen, worden ze nog zo'n 4-5 dagen gevoerd.