Duindoorn ( Hippophae rhamnoides )

 

De Duindoorn is een doornige struik met een uitgebreid wortelstelsel dat zich sterk kan uitbreiden via uitlopers.

Hij bloeit onopvallend in het voorjaar en vormt daarna oranjegele, vitaminerijke bessen die vaak in grote aantallen aan de vrouwelijke struiken verschijnen.

De plant stelt hoge eisen aan licht, verdraagt zoute zeewind en overstuiving goed, maar is gevoelig voor langdurige overspoeling.

Als in de herfst de oranje bessen de duinen kleur geven is duindoorn op zijn opvallendst.

Je kunt de zurige lucht van de bessen, die rijk zijn aan vitamine C, zelfs goed ruiken.

Die bessen worden door veel trekvogels gegeten.

Ze zijn precies rijp in de tijd dat duizenden lijsters en andere zangvogels de duinen passeren op weg naar hun overwinteringsgebieden.

De extra energie die de bessen geven hebben ze dan hard nodig.

Ook bastaardsatijnvlinders houden van duindoorns.

Ze leggen hun eieren op de plant.

Groepen rupsen spinnen cocons en leven daarin tot ze verpoppen.

Soms zit een duindoornplant helemaal vol met die wittige spinsels.

Duindoorn groeit op kalkrijke plekken in het duingebied.

De plant komt voor van West-Europa tot in China.

 

Duindoorn kan wel een halve meter per jaar groeien.

Daarom heeft de struik, net als helm, geen last van stuivend zand.

Om verdamping te voorkomen is de duindoorn bekleed met stervormige schubjes.

Deze schermen de struik af van directe zonbestraling.

Ze zijn met lucht gevuld en geven de struik de grijs-zilverachtige kleur.

Deze Duindoorn waargenomen op de Balimheide te Lommel in het industriegebied.