Schedeldrager ( Craniophora ligustri )

 

 

De voorvleugel van deze uil heeft een zwartachtige grondkleur met een subtiel patroon van purperachtig bruine en olijfgroene vlekken en dwarslijnen en een fijne witte marmering.

Opvallend is de grote witachtige vlek in de vorm van een kroontje aan de buitenzijde van de niervlek.

Bij sommige exemplaren is de hoeveelheid wit sterk gereduceerd, of zelfs helemaal afwezig, en is de vlek groen- of bruinachtig; de vorm van het kroontje blijft meestal wel zichtbaar.

Op de bovenkant van het borststuk bevindt zich een lichte tekening.

Deze tekening heeft vaak de vorm van een schedel; dit is echter niet altijd even duidelijk te zien.

 

Vliegt van half april-eind september in twee generaties.

De vlinders komen op licht en op smeer.

De vlinder is vrij algemeen in het hele land.