Oranjerode stropharia ( Leratiomyces ceres )

 

Deze paddenstoelen leven van de afbraak van dood plantaardig materiaal, het gaat dan meestal om hout dat door mensen is versnipperd.

Niet duidelijk is of de zwam met de houtsnippers meekomt, of dat het mycelium al aanwezig is in de bodem, waarna het strooien van houtsnippers de schimmel stimuleert om vruchtlichamen te vormen.

Oranjerode tot roodbruine, aanvankelijk wat slijmerige gebolde tot platte hoed (Ø 2-7 cm) met bleke vlokjes aan de rand.
Plaatjes uitgebocht aangehecht, aanvankelijk grijsbeige, later donkergrijs paarsachtig met bleke snede.

Sporen donker paarsbruin.
Steel slank, beige tot geelachtig, onderaan geschubd en wat oranje van kleur, met vergankelijke ringzone en daarboven fijn bepoederd.
Geur onopvallend.

De oranjerode stropharia komt oorspronkelijk uit Australië en is pas rond 1990 in onze contrijen gesignaleerd,  maar komt thans algemeen voor.