Eekhoorntjesbrood ( Boletus edulis )

 

De hoed van gewoon eekhoorntjesbrood heeft een licht- tot donkerbruine, vaak ook enigszins geel en rood getinte kleur.

Hij kan tot 30 cm groot worden en is in vochtige toestand wat plakkerig.

Aan de onderzijde is een sponzig aandoend stelsel van fijne buisjes zichtbaar dat eerst wit en later geel is.

De witachtige tot bruin aangelopen steel wordt niet langer dan 25 cm en vertoont een licht netwerk aan het bovenste gedeelte.

Gewone eekhoorntjesbroden leven in symbiose met verschillende soorten loof- en of naaldbomen, maar komen het meest voor bij Eik en Beuk.

Ze worden overwegend gevonden in min of meer schrale lanen op zwak zure zandige of lemige bodems.

Vooral in de maanden juli, augustus en september komen de eekhoorntjesbroden op vaak van oudsher bekende lanen tevoorschijn.

Ze verschijnen meestal met meerdere, soms zelfs tientallen of nog meer, exemplaren bij elkaar.

Het zijn niet alleen de eekhoorntjesbroden, maar een heel scala van paddenstoelsoorten die grotendeels of geheel afhankelijk zijn van lanen.