Roodborsttapuit ( Saxicola rubicola )

 

Roodborsttapuiten vind je op heides, in de duinen, in ruige, open moerasgebieden en in halfopen boerenland.

Het zijn vogels van open tot halfopen, vaak droge terreinen met enige struweelopslag of hoog opschietende kruiden.

Het goed verborgen nest wordt op of net boven de grond gebouwd.

 

Vanaf een uitkijkpost in het territorium wordt het grootste deel van het uit insecten en ander klein gedierte bestaande voedsel opgespoord. De mannetjes zijn goed herkenbaar met zwarte kop, witte halszijden en feloranje borst.

Roodborsttapuiten broeden vooral op hoge zandgronden.

Ze komen voor in zowel halfopen boerenland met greppels en ruige wegbermen als ook natuurgebieden (hei, moeras, duin).

Aan de rand van stedelijk gebied ook te zien op braakliggende gronden.

Het nest wordt laag bij de grond gemaakt, goed verscholen in een dichte vegetatie.

 

Roodborsttapuiten zoeken hun voedsel en nestgelegenheid in structuurrijke open gebieden; vaak de overgangszones van open gebied (heide) naar bos.

De toppen van lage bomen en struiken gebruiken ze als uitkijk- en zangpost.

 

Hun voedsel bestaat vooral uit langpootmuggen, maar ook wormen, rupsen, vlinders, spinnen, slakken, zaden en bessen.

Roodborsttapuiten brengen de winter veelal door in Zuidwest-Europa, Frankrijk, het Iberisch Schiereiland en Noord-Afrika.

Ze trekken zuidelijk vanaf september en oktober.

In februari zijn de eerste weer terug in Vlaanderen.

Bij zachte winters overwinteren er ook roodborsttapuiten bij ons, vooral in het kleinschalig cultuurlandschap.