Pennantrosella ( Platycercus elegans )

 

Een volwassen pennantrosella is overwegend helderrood met paarsblauwe delen op de wangen, vleugels en staart.

Het rood op de rug en delen van de vleugels is zwart gevlekt.

Veel veren zijn zwart met een rode rand waardoor ze er als schubben uitzien.

De jonge vogels zijn overwegend groen met rode vlekken.

De pennantrosella voedt zich met gras- en onkruidzaden, welke zij eenvoudigweg van de grond eten.

Fruit in allerlei soorten worden geconsumeerd en zo kunnen ze redelijk wat schade aanbrengen aan de boomgaarden.

In de tuinen en parken doen zij zich tegoed aan de bessen van meidoorn, cotoneaster (dwergmispel) en vuurdoorn, maar ook inheemse struiken in het wild nemen zij graag bessen op.

In de hoge bomen, waar zij graag verblijven, vinden ze altijd wel bloemen waar zij zich voeden met de nectar en de pollen.

Ook vinden ze tussen de boomtoppen wel insecten en larven die ze in behoorlijke hoeveelheden opnemen.

Kroponderzoek heeft uitgewezen dat ze ook wel grit en houtskool opnemen.

De pennantrosella houdt zich graag op in de vochtiger gebieden van oostelijk en zuidoostelijk Australië.

Het zijn beslist geen bewoners van woestijn- of savannegebieden.

Ze komen voor in de half- tot geheel geboste gebieden.

Uitzonderingen hierop komen ook voor.

Ze houden van parken met afwisselende beplanting maar ook in de buitenwijken van de grotere plaatsen zijn ze te vinden.

Ze zijn zelfs waargenomen in de dichte zeer vochtige wouden.

Hun voorkeur gaat uit naar eucalyptusbossen.

De gebieden die overlopen naar meer open landschap worden bewoond door de prachtrosella en zo leven deze twee soorten soms naast elkaar.