Patrijs ( Perdix perdix )

 

Goed gecamoufleerd met een bruin en grijs gestreept kleed, kastanjebruine strepen op de flanken en een grijze borst.

Keel en gezicht zijn oranjebruin en op de buik zit een grote donkerbruine vlek.

Tijdens de vlucht valt de roodachtige staart op.

Juveniele vogels zijn geheel bruin gestreept.

Patrijzen komen voor op akkers, graslanden en hoogveen, vooral in kleinschalig akker- en weidelandschap.

De vogels zoeken hun voedsel langs ruige akkerranden met akkeronkruiden, weiden met hagen, met bloemen begroeide dijken, enzovoort. Het nest wordt door de patrijs op de grond gemaakt, in dichte begroeiing.

Volwassen patrijzen eten vooral plantaardig voedsel en - als ze 'voor de bek lopen' - ook wel insecten.

De kuikens zijn volledig van insecten afhankelijk.

Daardoor overleven patrijzen alleen op plekken waar voldoende insecten in (ruige) akkerranden en graslanden te vinden zijn.

Patrijzen zijn standvogels, die jaarrond in het leefgebied verblijven.