Kuifmees ( Lophophanes cristatus )

De kuifmees is een bijna endemische Europeaan: de verspreiding is vrijwel beperkt tot Europa.

Dat komt niet veel voor in de vogelwereld.

De prachtige kuif wordt bij opwinding nog verder opgezet.

Kuifmezen zijn nogal territoriale vogels die het gehele jaar in hun broedgebied verblijven.

Alleen jonge vogels vormen in de winter zwervende groepjes.

In het voorjaar zoeken ze alsnog een eigen territorium, waar ze de rest van hun leven blijven.

De kuifmees heeft misschien wat onverwachte vijanden: spechten zijn dol op mezeneieren en schromen niet een nestje kuifmezen op te eten.

De Bovendelen zijn bruin en onderdelen vuilwit.

Markante zwart-witte koptekening en opvallende spitse, driehoekige kuif die kan worden opgezet.

Geen verschil tussen mannetje en vrouwtje.

Broedt in naaldbossen waar het vrouwtje vooral naar dode berkenbomen zoekt, om een nestholte uit te hakken; daarvoor moet het hout wel zacht genoeg zijn.

Vanaf half april tot juli worden één à twee legsels bebroed met 4 - 8 eieren, tot soms wel 11.

Na 13 - 18 dagen komen de eieren uit, 16 - 22 dagen later zijn de jongen vliegvlug en worden daarna nog 23 - 25 dagen gevoed door de ouders.

Voedsel voornamelijk insecten en andere ongewervelden, maar schakelt in de winter ook over op zaden van naaldbomen, en eventueel ook andere bomen (wilg, populier) en bessen van meidoorn en lijsterbes.

Foerageert vaak rusteloos hoog in de bomen, van boomtop naar boomtop vliegend.