Kleine bonte specht ( Dryobates minor )

 

De kleine bonte specht is duidelijk seksueel dimorf wat betreft de koptekening.

Alleen het mannetje heeft een rode kruin, aan de zijkanten gebiesd met een zwarte streep.

Het vrouwtje heeft een geheel zwarte kruin en is dus geheel zwart-wit gekleurd.

Het juveniele mannetje heeft een roze vlek op de voorste helft van de kroon, bij het vrouwtje is deze plek donker of grijs gevlekt.

De snavel en poten zijn grijs gekleurd en de iris kastanjebruin.

Het verenkleed is aan de bovenzijde overwegend zwart en aan de onderzijde wit met vage donkere streepjes.

De vleugels zijn aan de bovenzijde duidelijk gebandeerd met brede, witte banen.

De zwarte onderrug heeft smallere witte banen.

Ook de staart is wit gebandeerd.

Net als de meeste spechten heeft de kleine bonte specht staartpennen met stugge veerschachten, die extra ondersteuning bieden tijdens het klimmen.

De kop is overwegend wit op de zijkanten en de keel.

Vanaf de snavel loopt een zwarte baardstreep door tot halverwege de nek.

Het voorhoofd is wit gekleurd, vaak met een gele tint.

De kleine bonte specht brengt het grootste deel van de dag door in de bovenste boomlagen in gemengde bossen.

's Nachts slaapt hij in oude nestholtes.

Het voedsel bestaat voor het grootste deel uit bladluizen, rupsen, spinnen, pissebedden en kleine kevers in diverse ontwikkelingsstadia. Soms voedt de kleine bonte specht zich met plantaardig voedsel, met name met bessen.

Ook bezoekt hij voedertafels.

De kleine bonte specht foerageert in vrijwel alle vegetatielagen, maar voornamelijk in de bovenste boomlagen.

Dankzij zijn laag gewicht is hij in staat om aan dunne of dode takken te hangen terwijl hij naar voedsel zoekt.

Wanneer de kleine bonte specht op zoek is naar houtbewonende keverlarven, slaat hij met zijn snavel stukken uit rot hout.

Houtsnippers onderaan een boom is vaak een eerste indicatie voor bosbeheerders dat er keverlarven in de bovenste takken leven.