Houtsnip ( Scolopax rusticola )

 

De houtsnip is een steltloper uit de familie van de snippen. 

Op de rug zijn ze roestbruin en zwart gevlekt terwijl ze onderaan lichtbruin zijn van kleur. 

De snavel is zeer lang en recht. 

Ze worden 33 tot 38 centimeter groot en behoren tot de grootste snippen die in onze streken voorkomen. 

Toch zal je ze moeilijk kunnen spotten omdat ze erg schuw zijn en een zeer goede camouflage hebben.

Bij gevaar zullen ze ook erg lang blijven zitten om dan plots weg te schieten. 

Enkel als ze broeden hoor je ze iets vaker.

 

Ze voeden zich met insecten, wormen, rupsen en sprinkhanen. 

In onze streken vind je de houtsnippen het ganse jaar door. 

In de winter komen er zelfs grote groepen bij van uit het noorden van Europa. 

Houtsnippen vind je vaker in bossen dan bij plassen of beken.  

Hun nest is een gewoon kuiltje op de bodem bekleed met wat mos. 

Vaak bouwen ze het tegen een struik of een boomstam. 

In het nest leggen ze tot 4 eitjes die bruin gevlekt zijn. 

 

In Wallonië mag er op houtsnippen worden gejaagd, maar in Vlaanderen is dit verboden.

De houtsnip heeft een gezichtsveld van 360°

Ze komen meestal tevoorschijn tijdens de schemering of in de nacht.

De houtsnip wordt niet vaak door vogelaars gehoord.

Dat komt omdat hij alleen in de baltstijd te horen is en dan tegen de schemering.

Hij maakt dan baltsvluchten over het gebied.

Hierbij draait hij 4-5 rondjes over het gebied gaat dan weer naar een rustplaats en herhaalt dat ongeveer 4 keer op een avond.

Tijdens die baltsvluchten maken de mannetjes continu een knorrend geluid gevolgd door 1 of 2 keer een snif.

Er wordt gedacht dat elk mannetje herkend kan worden aan zijn geluid. 

Houtsnippen worden regelmatig waargenomen op de Gerheserheide maar ze zijn moeilijk op foto vast te leggen omdat ze zo schuw zijn.

 

Standvogel

Zomergast

Wintergast