Goudvink ( Pyrrhula pyrrhula )

 

De goudvink leeft anders dan andere vinken niet in grote groepen maar in paren of kleine groepjes.

Het mannetje is opvallend roodroze-zwart getekend, maar je vindt hem vooral door zijn zachte fluitende roepje.

Goudvinken zijn vogels van bossen, parken en tuinen die zich graag ophouden in de dekking.

Ze blijven vaak minutenlang stil zitten.

Het is een wat plompe vink met brede nek.

Zowel het mannetje als het vrouwtje heeft een zwarte kap.

Het mannetje heeft opvallende helder rood-roze buik en wangen.

Het vrouwtje is onopvallender beige-grijs gekleurd.

Beide hebben een donkere staart, een witte stuit en vleugels met opvallende witte vleugelstreep.

Heeft een korte, zware, dikke, zwarte snavel.

Juveniel als vrouwtje maar met grijsbruine kop, zonder de zwarte kopkap.

Goudvinken kom je tegen in oude en jonge naaldbossen, gemengde bossen, loofbossen, parken en in grote tuinen met veel variatie en ondergroei.

In de ondergroei maken ze hun nest.

In boomgaarden wordt een goudvink door fruittelers niet graag gezien.

Ze eten namelijk in groot tempo de knoppen op.

De goudvink eet bessen zoals die van meidoorn, liguster, kamperfoelie, braam en bitterzoet, vooral om de zaden.

Ze eten ook zaden van kruidensoorten zoals brandnetel, wilgenroosje, boterbloem, paardenbloem, kruiskruid en melkdistel.

Verder lusten ze graag essenzaden.

Als er 's winters weinig essenzaad is, eten ze ook de knoppen van de bomen.

Ook die van fruitbomen en dat maakt goudvinken niet populair bij telers.

Goudvinken trekken nauwelijks, maar buiten de broedtijd zwerven ze wel rond op zoek naar voedsel.

In Vlaanderen overwinteren goudvinken uit oostelijker en noordelijker gelegen landen (schaars).

In sommige najaren vinden kleine invasies plaats van de noordse goudvink, een andere ondersoort.

Van voorjaarstrek wordt meestal weinig gemerkt, het meest nog in maart en begin april.

Broedt van eind april tot juli.

Heeft meestal twee (soms drie) broedsels van 4-6 eieren. Broedduur 13-14 dagen.

Het vrouwtje maakt het nest van gras, mos, bladeren en wat takjes.

De jongen zitten 16-18 dagen op het nest en zijn 2-3 weken na het uitvliegen zelfstandig.