Goudhaan ( Regulus regulus )

 

Goudhanen eten vooral insecten en spinnen.

Ze gaan in de boomkruinen op zoek naar hun voedsel.

Soms hangen ze biddend voor een spinnenweb om er de insecten uit te plukken.

De goudhaan is een broedvogel van gemengd loof- en naaldbos, met een uitgesproken voorkeur voor sparrenbossen.

Goudhanen worden in toenemende mate aangetroffen in grotere tuinen met naaldbomen of tuinen met wat grotere sierconiferen.

In de trektijd en winter zijn ze ook te zien in loofbos, parken en tuinen.

Ook al is de goudhaan een talrijke broedvogel in Vlaanderen, toch krijg je de soort niet snel te zien.

Goudhanen leven vooral in de toppen van naaldbomen.

Hun aanwezigheid wordt meestal verraden door hun hoge zang en roepjes.

Door de hoge tonen zijn ze helaas minder goed te horen voor oudere mensen waarbij het gehoor wat achteruit is gegaan.

Ze leven in groepjes en trekken (vooral ’s winters) vaak op met mezen.

Een naaldboswandeling, letten op hoge geluidjes en snel bewegende vogelgroepjes in de sparrenkruinen afspeuren, biedt de beste kans om een goudhaan te zien.

Het is een zeer klein, compact zangvogeltje (8,5 tot 9,5 cm, 4 tot 7 gram)

Lichtgroene bovendelen met witte vleugelstreep, vuilwitte onderdelen, donker oog (peperkorrel) met leuke witte oogrand (brilletje).

Opvallende kruinstreep: oranjerood bij mannetje, citroengeel bij vrouwtje.

Strenge winters kunnen de aantallen decimeren.

Extra veel jongen in de jaren erna compenseren de winterse verliezen.

Om het vrouwtje te versieren, zet het mannetje zijn geeloranje kruinveren rechtop.

Goudhaantjes hebben doorgaans twee legsels per jaar, elk goed voor 10 jongen.

Opvallend: beide legsels overlappen.

Terwijl in het ene nest nog jongen zitten, begint het vrouwtje al aan de eileg in een tweede nest.

Vanaf dat ogenblik neemt het mannetje de volledige broedzorg van het eerste nest op zich.

Van zodra de jongen van het eerste nest zijn uitgevlogen en zelfstandig zijn, springt het mannetje bij in de broedzorg voor het tweede legsel.