Fazant ( Phasianus colchicus )

 

Het mannetje is veel opvallender dan het vrouwtje.

Volwassen mannetjes hebben een kastanjekleurig verenkleed met goud-bruine, zwarte en lichtblauwe markeringen.

De haan heeft ook een lange, goud-bruine staart met zwarte strepen.

De onderrug varieert van kastanje-, tot lichtblauw- en paarskleurig en de buik is goud-kastanjekleurig met donkere vlekken.

De dekveren zijn donkerkastanjekleurig.

Hoofd en nek zijn donkergroen met iriserend donkerblauw.

Een groen-grijs glanzend stukje dekt de bovenkant van het hoofd en loopt toe naar een punt in de nek, de hals wordt omringd door een witte band.

Op de kop zitten rode lellen en groen getipte 'oren'.

De sterke snavel is witachtig, de ogen zijn goudkleurig en de poten zijn donkergrijs.

Vrouwtjes hebben een bruin verenkleed dat camouflage biedt.

De fazant is hier waarschijnlijk ingevoerd door de Romeinen.

Vanaf de koloniale tijd zijn andere soorten fazanten aangevoerd die zich met de bestaande populatie hebben gekruist.

De fazant wordt daarom ook wel beschouwd als exoot.

De haan is polygaam en wordt vaak in volières gehouden samen met een zestal hennen, ook wel woerhennen genoemd.

De bruine eieren komen uit na een broedduur van ongeveer 24 dagen.

De kuikens kunnen na een week reeds enkele meters ver vliegen.