Brandgans ( Branta leucopsis )

 

Compacte gans met een onmiskenbaar uiterlijk.

Tot het oorspronkelijke leefgebied van deze prachtig getekende, compacte gans behoren richels op kliffen en heuvels op onherbergzame plaatsen als Spitsbergen, Groenland en Noord-Rusland.

In België vond de brandgans ook een leefgebied dat aan de behoefte voldoet, waarschijnlijk geholpen door de aanwezigheid van 'tamme' brandganzen die gehouden worden in parken en tuinen.

Uit deze groep ontstond een sterk groeiende populatie van niet-trekkende broedvogels.

De brandgans heeft een wit gezicht met zwarte snavel en wat zwart om de ogen.

Onderkant lichaam wit en wat meer grijs op de flanken, zwarte staartpunt, hals en begin romp.

Hun leefgebied bestaat uit akkers, graslanden,  moeras, oevers, rivieren, wadden, weilanden, eilanden in het rivierengebied en in laagveengebieden.

Brandganzen broeden in Vlaanderen op een aantal vreemde plaatsen, waaronder nauwelijks begroeide eilanden.

De jongen moeten dan, zodra zij hiertoe in staat zijn, naar een voedselgebied zwemmen, omdat op het broedeiland geen voedsel beschikbaar is.

Brandganzen broeden ook wel in moerasbossen en rietkragen.

Brandganzen zijn (gewoonlijk) trekvogels die vanuit de broedgebieden in het hoge noorden trekken naar Schotland en Ierland, Nederland en de omliggende landen. Vogels die bij ons overwinteren, zijn vooral afkomstig van Nova Zembla en Zweden.

Overwinteraars komen hier aan in december en verlaten onze streken gewoonlijk in maart.

De laatste jaren lijken - als gevolg van een hogere predatiedruk in vooral Zweden - brandganzen wat langer hier te blijven en in kortere tijd terug te vliegen naar de broedgebieden.

In Noorwegen zijn vliegsnelheden van 80-85 km per uur vastgesteld.

Brandganzen vliegen op trek vaak lager dan andere ganzensoorten.