Aalscholver ( Phalacrocorax carbo ) 

 

Ze hebben een lange snavel met aan de bovenzijde een haakvormige punt die uitsteekt tot over de onderzijde.

Het is een grote zwarte vogel met lange dikke hals, zwarte bronsgetinte schubtekening op de vleugels.

Ze worden  80 tot 100 cm lang en hebben een spanwijdte van 121 tot 149 cm.

Tussen de voortenen hebben ze zwemvliezen.

Aalscholvers zitten vaak met uitgespreide vleugels op een rots, ponton, paal, op de grond of in een boom.

Er bestaan heel wat theorieën over de reden van dit opvallend gedrag maar algemeen wordt aangenomen dat ze dit doen om hun verenkleed te laten drogen.

 

Aalscholvers zijn vrij grote zwemvogels die voornamelijk van vis leven.

Aalscholvers eten wat ze kunnen vangen.

Snellere soorten zijn moeilijker vangbaar dan tragere.

Ook de grootte is van belang: kleinere soorten/individuen kunnen gemakkelijker worden doorgeslikt dan grotere, al gebeurt het regelmatig dat aalscholvers (te) grote vissen vangen die ze dan niet krijgen doorgeslikt.

Een volwassen aalscholver eet per dag gemiddeld 500 gram vis.

Die hoeveelheid kan echte sterk variëren doorheen het seizoen.

Vissen worden integraal ingeslikt en verteerd.

Grotere en dikkere visbeenderen kunnen vaak niet volledig worden verteerd en worden dan halfverteerd uitgebraakt in braakballen.

 

Aan het eind van de winter krijgen volwassen seksueel rijpe vogels een soort witte veerhelm die de bovenkant van het hoofd en de wangen bedekt.

Een witte vlek verschijnt ook bovenaan de dijen van de vogels, die ze tonen tijdens de paring door hun vleugels te slaan.

Dit broedkleed verschijnt bij sommige vogels al in januari, en het broeden kan eind februari-begin maart beginnen.

Het vrouwtje legt gemiddeld 3 tot 4 lichtblauwe eieren, één ei om de 2 à 3 dagen.

De incubatie duurt ongeveer een maand en wordt door beide ouders uitgevoerd. 

Tot eind augustus blijven de kolonies bezet.

Hij broedt graag in kolonies in de buurt van visrijk water. 

Het broeden begint zodra het eerste ei is gelegd; de jongen worden dus met tussenpozen geboren.

Ze worden blind en kaal geboren (nidicolen genoemd).

In het begin voeden de ouders hen met opgebraakt vocht, later met vissen die de jongen in de snavel nemen.

De jongen vliegen uit na ongeveer vijftig dagen, maar zijn pas na 70 dagen volledig zelfstandig.

Ze worden geslachtsrijp na 3 tot 5 jaar, afhankelijk van de kolonie.

De jongen worden gevoed door de oudervogels die het halfverteerde voedsel opbraken.

Andere benamingen voor deze vogel zijn oa : Koolgans , Waterraaf , Scholverd , Scholver of  Schollevaar.