Narcis ( Narcissus )

 

Je vindt narcissen in vele soorten en kleuren: roze, oranje, rode, witte of gevlekte, dubbelbloemige bloemen, met grote gele trompetten of met trosjes van gele of witte bloemetjes.

Narcissen zijn bolgewassen die je rustig kan laten verwilderen; ze vermeerderen zich vanzelf en elk jaar zullen er meer bloemen komen.

De bloeiperiode is van februari tor en met mei.

Narcisbollen zijn giftig en worden door knaagdieren gemeden.

Je kunt er andere bolgewassen mee beschermen door ze er omheen te planten.

Zonnig geel en stralend wit zijn de basiskleuren van de bloemen, maar er zijn veel kleurschakeringen en zelfs meerkleurige narcissen.

De hoofdkroon bestaat uit 2 cirkels van 3 bloemblaadjes en een kroon.

Kenmerkend voor alle narcissen zijn de duidelijke kronen, die trompet- tot schotelvormig zijn.

De bloem hangt iets en de bladeren zijn smal lijnvormig, opstaand blauwgroen.

De knop wordt beschermd door een transparante schaal die droogt en open scheurt bij het openen van de bloem en dan onder bloem blijft zitten.

Plant de bollen in september tot de kerst voor de eerste nachtvorst in voedselrijke, doorlatende vochtige grond op een plek in de zon tot halfschaduw.

In te natte grond kunnen de bollen gaan rotten.

Plant de bollen in een droge tuin wat dieper (15-20 cm).