Bijenwolf ( Philanthus triangulum )

 

De bijenwolf is een grote wesp, mannetjes blijven veel kleiner dan vrouwtjes.

De kleur is zwart met gele poten en een gele onderbroken bandering op het achterlijf.

De grote kop is duidelijk ingesnoerd en de antennes zijn plat en breed. 

De mannetjes zijn onschuldige bloembezoekers, die dol zijn op guldenroede.

Het grotere vrouwtje echter is in staat met haar gevoelige reukzintuigen een bij van andere insecten te onderscheiden.

Als ze een bij heeft gevonden, blijft ze boven de bij hangen tot het juiste moment daar is om aan te vallen.

Dan stort de wesp zich op de bij, en met haar poten grijpt ze de bij vast.

Gelijk geeft de wesp de bij een verlammende steek, en perst het gif door het lichaam van de bij, waarbij de eventuele nectar ook uit de mond van de bij komt, welke de wesp opdrinkt.

Zo legt de wesp een aantal van deze verlamde bijen in haar nest, en legt op een ervan een eitje.

Het nest bestaat uit een gang waaraan een aantal kamers liggen, voor iedere larve een.

Wanneer het eitje uitkomt, eet de larve de bijen een voor een op.

Omdat deze niet zijn gedood maar zijn verlamd, zijn deze nog vers en worden levend gegeten.

Het aantal honingbijen bepaalt tevens het geslacht; een of twee bijen geeft een mannetje, bij meer bijen wordt de larve een vrouwtje, deze zijn ook groter.