Akkerhommel ( Bombus pascuorum )

 

Deze hommel maakt haar nest op de grond, in takkenhopen en in droog gras.

De akkerhommel wordt waargenomen vanaf het begin van de lente tot het einde van de herfst en is hiermee een van de langstlevende soorten.

De koninginnen stichten hun nest in het begin van het jaar.

In de vroege zomer zoeken de werksters in weiden, tuinen en parken naar voedsel.

In de herfst paren de nieuwe koninginnen en de mannetjes om daarna aan hun winterslaap te beginnen.

Mannetjes van de akkerhommel zijn makkelijk te herkennen aan hun gelobde antennen.

De akkerhommel is vaak onregelmatig en dun behaard, heeft een middellange tong en is te vinden op vele plantensoorten oa heide, distel en smeerwortel.

Een volgroeide kolonie van de akkerhommel bestaat uit zo'n 60 tot 200 werksters.

Beharing op borststuk roodbruin, op eerste 4 segmenten van het achterlijf donkergrijs met meer of minder zwarte haren; op de laatste segmenten weer roodbruin behaard.

De tong  is even lang als het lichaam.