Bloedrode roofmier ( Formica sanguinea )

 

De Bloedrode Roofmier Formica sanguinea is een mier met een lengte van 7 tot 10 mm.

De werkster heeft een zwart achterlijf, een oranjerood borststuk en een dikke, grotendeels rode kop. 

Het is een mier die geen koepelnesten, maar een gewoon nest bouwt onder stenen, onder boomstronken, in strooisel, kortom overal waar de gastheersoorten nestelen.

De enige voorwaarden om deze mier te vinden, zijn zonnige nestlocaties en de aanwezigheid van voldoende nesten van Serviformica-mieren.

Deze bloedrode mier komt voor op zonnige, open plekken, bijvoorbeeld langs bosranden en op schrale graslanden en heideterreinen, ook in kustduinen.

De soort mijdt te natte terreinen en zal zelden in urbane gebieden worden waargenomen.

Deze temporeel parasitaire soort van andere Formica-soorten (voornamelijk Serviformica-soorten) houdt er een roofzuchtige levensstijl op na.

Om in het onderhoud van haar kolonie te voorzien houdt deze mier geregeld rooftochten.

Hierbij gaat een leger Bloedrode Roofmier-werksters op zoek naar andere Formica-nesten en rooft er zoveel mogelijk poppen.

Deze worden vooral als voedsel gebruikt.

Soms worden ook slaven opgekweekt en gehouden; sommige onderzoekers stellen dat deze ‘slaven’ eerder toevallig tot ontwikkeling zijn gekomen doordat niet alle geroofde poppen als voedsel aan hun einde komen.

Van echte slavernij zoals bij de Amazonemier Polyergus rufescens kunnen we hier niet spreken; de werksters van de Bloedrode roofmier blijven ijverig hun taken verzorgen en gaan de zorg voor de kolonie zeker niet overlaten aan de binnengebrachte vreemde soort.

Blijkbaar zijn deze tochten facultatief en niet altijd noodzakelijk voor het overleven van de kolonie.

Het voornaamste doel van deze rooftochten is voedsel vergaren.

Ook Weidemieren Lasius species en Steekmieren Myrmica species staan bij het foerageren op de menukaart.

Deze mier staat er ook voor bekend veel larven van massaal optredende insecten te vangen.