Gewone pad ( Bufo bufo )

 

De gewone pad leeft in Loof- en naaldbossen, struwelen, verruigde terreinen.

Ook weilanden, stedelijk of industriegebied; zolang er maar vochtige schuilplekken, voldoende eten en een poel in de buurt zijn voelen ze zich thuis.

Tuinen en vochtige kelders bieden vaak een ideale schuilplek.

Het is de meest algemene amfibiesoort in Vlaanderen.

De voortplantingswateren bestaan uit stilstaande tot langzaam stromende, permanente wateren die gedeeltelijk door de zon worden beschenen en liefst veel onderwatervegetatie bevatten.

Voorbeelden zijn sloten, afgravingen, poelen, vijvers, grachten, sloten, greppels, meren en rivieren.

Als de winter zijn intrede doet wordt een dieper gelegen schuilplaats opgezocht en gaat de kikker in winterslaap.

Het dier zal maandenlang in een sluimerende toestand verkeren waarbij niet gegeten wordt en het dier niet beweegt, de stofwisseling staat vrijwel stil. 

Soms overwintert de gewone pad op de bodem van een poel in de modder, maar meestal vindt de overwintering plaats op het land.

De gewone pad graaft holletjes die gebruikt worden als schuilplaats gedurende warme of droge perioden en komt pas tevoorschijn bij koele en vochtige omstandigheden, zoals na een regenbui of tijdens vochtige nachten.

Alleen na een regenbui kan de gewone pad ook overdag worden aangetroffen.

De gewone pad is net als alle kikkers een opportunistische jager die alles pakt wat in de bek past, wat deels te danken is aan het slechte gezichtsvermogen.

Op het menu staan voornamelijk kleine ongewervelden als insecten en de larven, spinnen, slakken en regenwormen.

Ook mieren worden wel gegeten, waarbij de pad net zo lang blijft zitten en mieren oppeuzelt tot er geen meer over zijn.