Bruine kikker ( Rana temporaria )

 

Vanaf de eerste zachte voorjaarsnacht (meestal al eind februari), ontwaken de bruine kikkers uit hun winterslaap.

Vanaf schemerduister trekken en ze massaal van hun overwinteringsplek naar een poel of vijver om zich voort te planten.

Op druilerige, zachte voorjaarsnachten kan je de bruine kikkers dan, soms met tientallen, op de weg zien zitten.

De bruine kikker zit vooral aan land, vaak ver weg van water. 

Bruine kikkers stellen weinig eisen aan hun leefomgeving.

Je vindt ze vrijwel overal op plaatsen met dichte begroeiing (bossen, parken en tuinen, akkers en weilanden, ruigtes).

Kleinschalige landschappen met een vochtige bodem geniet de voorkeur.

Voortplanting vindt plaats in vijvers, weide- en bospoelen en sloten.

Eiklompen worden vooral afgezet in de ondiepe zones, op plaatsen waar het water vlug opwarmt.

De bruine kikker eet ongewervelden als insecten (kevers, sprinkhanen, spinnen, mieren), wormen, duizendpoten en (naakt)slakken.

Af en toe eet hij ook kleine gewervelde dieren zoals muizen en kleinere kikkers.

Volwassen kikkers hoeven maar twee tot drie keer per week te eten.

Jongen dieren moeten om te groeien veel vaker eten.